Aegon moet oud-Optasdeelnemers compenseren

DNB voor rechter na fusiebesluit

Toen FNV Havens in 2010 na veertien jaar juridische strijd tegen Optas en Aegon in 2010 van de verdwenen pensioengelden (ca 688 miljoen) van havenwerkers wist terug te krijgen, leek het boek dicht te kunnen. Niets is minder waar. De koop van Optas als zelfstandige dochter destijds heeft verzekeraar Aegon nu omgezet in een fusie. Mét goedkeuring van De Nederlandsche Bank (DNB). Echter zonder FNV Havens en de polishouders daarvan deugdelijk op de hoogte te stellen. Foutje? Vervelende bijkomstigheid is dat havenwerkers veel geld mislopen, omdat gunstige fiscale regels voor polishouders van Optas niet gelden onder de vlag van Aegon.


Deze kwestie rammelt aan alle kanten, zegt Anton van Leeuwen, advocaat bij kantoor SteensmaEven en gespecialiseerd in pensioenrecht. Namens FNV Havens voert hij de juridische procedure tegen DNB. Chronologisch legt Van Leeuwen uit wat er nu precies aan de hand is: enerzijds het onacceptabele verlies van de gunstige fiscale behandeling van de rendementen voor pensioengerechtigde havenwerkers, anderzijds het gebrek aan verzetmogelijkheden die DNB heeft geboden aan de polishouders. Optas had een bijzondere positie, omdat het als pensioenfonds werd behandeld en daardoor belastingvrijstelling over een gedeelte van het rendement had, legt Van Leeuwen uit. Dat voordeel gaf Optas door aan de deelnemende polishouders. Na de fusie is dat voordeel vervallen omdat Aegon geen vrijstelling op rendementen had. “We hebben het over een verlies van zo’n 750.000 euro per jaar”, becijfert Van Leeuwen. “Niek Stam van FNV Havens zag dat al aankomen.”

Negatief effect

DNB heeft als toezichthouder de taak voorafgaand aan een fusie te kijken of partijen, in dit geval Aegon, solvabel zijn. Dat was zo. Vervolgens diende Aegon officieel bekend te maken dat partijen gaan fuseren. Dat gebeurde op 3 november 2018 in de Staatscourant, en ook in andere kranten. Polishouders hebben dan de mogelijkheid verzet aan te tekenen. Als meer dan een kwart van hen tegen is, kan de fusie niet doorgaan. Maar dan moet de berichtgeving hen wel hebben bereikt en moet die begrijpelijk zijn voor leken op dit gebied. Van Leeuwen legt uit dat aan die laatste voorwaarde niet is voldaan en dat de verzettermijn te kort was. Verder is onduidelijk in welke dagbladen de voorgenomen fusie is aangekondigd.

FNV Havens stuurde op 13 november 2018 een brief naar DNB, waarin Niek Stam liet weten dat het negatieve effect van de portefeuilleoverdracht in het fusiebesluit moest worden meegenomen. Want de polishouders van Optas zouden natuurlijk nooit accepteren dat rendementen zouden worden aangetast door de fusie. Geen reactie. Op 26 november 2018 trok FNV Havens weer bij DNB aan de bel. De tijd drong, omdat de verzettermijn voor polishouders bijna om was. Op 27 november nodigde DNB FNV Havens uit voor een hoorzitting op 11 december 2018 om de bezwaren toe te lichten. Daarna volgde weer radiostilte.

Geen bedenkingen

Eind maart 2019 zocht Niek Stam wederom contact met DNB. Die verklaarde dat er geen verzet was aangetekend door meer dan een kwart van de polishouders. Omdat Aegon solvabel werd bevonden én omdat er volgens DNB geen overige bedenkingen waren, kon de fusie wat DNB betreft doorgaan. “Terwijl een groot deel van de polishouders een slechter pensioenresultaat zou hebben, zonder compensatie door Aegon”, werpt advocaat Van Leeuwen tegen. “Dat lijkt me nogal een belangrijke bedenking.”

DNB blijkt het fusiebesluit reeds op 26 februari 2019 te hebben goedgekeurd en Aegon heeft dit via een publicatie in de Staatscourant op 2 april 2019 kenbaar gemaakt. Er geldt een bezwaartermijn van zes weken vanaf 26 februari. Maar dan moeten belanghebbenden wél op de hoogte zijn van het besluit. Van Leeuwen meent dat in dit geval aan FNV Havens en de havenwerknemers een langere termijn moet worden gegund. Slechts een handvol havenwerkers bleek later binnen die termijn met hulp van een eigen advocaat/oud-collega tegen het besluit van 26 februari bezwaar te hebben gemaakt.

Besluit bestrijden

“Het is natuurlijk vreemd”, zegt Van Leeuwen, “dat DNB FNV Havens uitnodigt voor een hoorzitting om inzicht te krijgen in de bezwaren tegen de fusie en vervolgens niets meer van zich laat horen en de relevante bedenkingen die FNV Havens naar voren heeft gebracht gewoon negeert.” Na overleg hebben de havenwerkgevers en FNV Havens in mei 2019 als belanghebbenden bezwaar aangetekend tegen het besluit van 26 februari. DNB stelt in een besluit op bezwaar van 12 augustus dat dit te laat is. “We gaan dat besluit op bezwaar in beroep bestrijden. DNB had ons een langere bezwaartermijn moeten geven en FNV Havens op de hoogte moeten houden van de voortgang in de instemmingsprocedure. Zij had tijdig moeten melden dat zij op 26 februari een besluit had genomen. DNB heeft het besluit van 26 februari voorts met een beroep op vertrouwelijkheid niet openbaar willen maken. De polishouders die naar aanleiding van het besluit van 26 februari wél bezwaar hebben gemaakt binnen zes weken na 26 februari, kregen op 11 juli een brief van DNB met het fusiebesluit dat DNB van de rechter openbaar moest maken. De FNV leden die ik inmiddels bijsta, hadden tot 5 september de kans om hun bezwaar nader aan te vullen. En dat heb ik in overleg met FNV Havens gedaan”, vertelt Van Leeuwen.

Fusiebesluit vernietigen

FNV Havens eist vernietiging van het fusiebesluit. In het bezwaar heeft pensioenadvocaat Van Leeuwen drie gronden daarvoor. Allereerst is het besluit van DNB van 26 februari niet ondertekend. Daarmee is onduidelijk of het besluit wel bevoegd is genomen. Verder geeft DNB niet aan hoeveel polishouders er zijn, terwijl zij wel beweert dat er minder dan een kwart van de polishouders bezwaar hebben gemaakt tegen de fusie. FNV Havens wil inzicht in de conclusie dat minder dan een kwart van de belanghebbenden bezwaar heeft gemaakt. Van Leeuwen: “Het is evident dat veel havenwerkgevers namens hun werknemers en gepensioneerden tegen de gevolgen van de fusie zijn. Veel havenwerkgevers hebben namens al hun werknemers en gepensioneerden verzet aangetekend. Dat levert bij elkaar al veel meer op dan een kwart van de polishouders.”

Als derde en cruciale grond om het fusiebesluit te vernietigen voert Van Leeuwen namens FNV Havens aan dat er wél bedenkingen tegen de fusie zijn, om de eenvoudige reden dat polishouders minder rendement ontvangen, omdat de fiscale voordelen van Optas na de fusie met Aegon vervallen. “De eerdere tegenwerping van DNB dat Aegon haar best zal doen om evenveel rendement te halen als voorheen Optas voor haar polishouders deed, is natuurlijk vreemd. Daar neem je als toezichthouder toch geen genoegen mee? DNB had compensatie aan Aegon moeten vragen, alvorens met de fusie in te stemmen. In totaal loopt het waarschijnlijk in de miljoenen. Ik begrijp niet dat DNB dit aspect niet heeft meegenomen in haar besluitvorming. Zeker als bedacht wordt hoeveel begrijpelijk wantrouwen er in dit dossier is ontstaan bij de havenwerkers.”

Lange juridische weg

De bestuursrechtelijke procedure van de FNV-leden die wél bezwaar hadden aangetekend en compensatie eisen, wordt met volle kracht vervolgd. Naar verwachting komt er, zo schat Van Leeuwen in, binnenkort een hoorzitting. De voortgang van de juridische procedure over de termijnoverschrijdingen, die werkgevers, werknemers en FNV Havens gezamenlijk voeren, zal afhankelijk zijn van de agenda van de rechtbank. Daar komt ook de vraag aan de orde waarom DNB FNV Havens niet tijdig, op 26 februari, op de hoogte heeft gesteld van haar fusiebesluit. En waarom pas zo laat, op 2 april, het besluit in de Staatscourant werd gepubliceerd.

DNB heeft aangevoerd dat men het niet nodig vond het besluit openbaar te maken. Van Leeuwen: “Zo ga je toch niet met rechtstreekse belanghebbenden, de polishouders, om? Ik snap werkelijk niet dat DNB zegt dat polishouders geen last van deze fusie hebben. Terwijl zelfs Aegon in een brief aan de pensioenverzekerden heeft laten weten dat de fusie niet helemaal zonder gevolgen voor de deelnemers is. Maar DNB had geen bedenkingen? Het laatste woord is nog niet gezegd in deze interessante zaak.”